Hé Ad en Geordie.
Ik denk dat ik jullie hierin wel een heel eindje op weg kan helpen.
Zover ik jou ken Ad is realisme bij jou iets wat je nastreeft. In dat kader
is het handig om eerst even te kijken wat voor seinen er precies zijn en hun
functie.
De eerste belangrijke 2 deling die we moeten maken is tussen P-seinen en Hoofdseinen.
P ( Permissief ) seinen vind je op vrije baan stukken en geven simpelweg informatie over
de 2 blokken achter het sein. ( Vrij of bezet. )
De hoofdseinen , ook wel bediende seinen genoemd zijn de seinen die ik dus veilig zet

.
Hierin zijn 2 categoriën. Hoge en lage seinen, waarbij lage dus dwergseinen zijn.
Deze staan simpel gezegd op plaatsten waar wissels achter het sein liggen. Ze dekken dus wissels af.
De hoofdseinen geven niet alleen aan of ze gepasseerd mogen worden of niet, maar zeggen ook
meteen iets over de snelheid. ( in tegenstelling tot P seinen dus, op de vrije baan staan snelheidsborden.)
Overal waar namelijk de max snelheid 40 is , dit is op de meeste emplacementen het geval, worden
dwergseinen gebruikt. Deze mogen nl. altijd maar met max 40 gepasseerd worden. Een groen dwergsein betekend
dus voorbijrijden toegestaan met max 40 km/h en dat het volgende sein niet rood is. Nu zijn er natuurlijk ook
wel sporen op emplacementen waar de snelheid iets hoger kan zijn. Als voorbeeld uit mijn eigen stationnetje, vanaf
spoor 4 in Rsd richting Oudenbosch kan met 80 k/m vertrokken worden. Hier staat dan aan het eind van het spoor
dus ook een hoog- sein. Dit toont groen en de plaatselijke snelheid is 80, dus voorbijrijden met 80 km/h toegestaan.
Er is 1 andere rijweg mogelijk over een 40 km wissel. Is dit het geval geeft het sein het seinbeeld groen knipper.
Oftewel voorbijrijden met max 40, het volgende sein is niet rood.
Cijferbakken zijn pas nodig als er rijwegen mogelijk zijn die over wissels leiden die met een bepaalde snelheid
bereden mogen worden, die lager ligt dan de plaatselijke snelheid. Dit zijn vrij specifieke situaties, en deze zie
je niet snel op emplacementen.
Simpel gezegd... je zult eerst moeten bepalen welke snelheden er mogelijk zijn in jou situatie, in combinatie met
wissels. Als je stelt dat de max snelheid op jou station 40 is , zul je alleen dwergseinen nodig hebben.
1 ander voorbeeld. Stel de plaatselijke max snelheid is 80 en je kunt vanaf spoor 3 richting blok 22 met 80 vertrekken
over wissels 15 12 en 10. Dan kun je daar dus een hoofdsein neerzetten. Echter als je vanaf spoor 3 richting 21 zou gaan moet je wissel 15 en 13 krom berijden en dit kan met max 40. Dan zou bij die rijweg het sein groen knipper geven. Pas als je zou zeggen dat wissels 15 en 13 met bvb 60 km/h bereden zouden mogen worden zou je een cijferbak nodig hebben die in dat geval groen met cijfer 6 zou geven.
Je kunt dus zelf zorgen dat je op je emplacement geen ( dure ) cijferbak seinen nodig hebt.
Dan punt 2.
Vrije baan beveiliging. Je noemt hier 'verkeerd spoor'. Nou ben ik natuurlijk een vak-nerd, maar je bedoelt hier waarschijnlijk
'linker spoor'. In NL kennen we voor de vrije baan eigenlijk maar 2 varianten qua beveiliging.
1 Linkerspoor beveiliging
2 Dubbel enkelspoor beveiliging.
Bij 1 is het baanvak ingericht voor rechts rijden, waarbij links wel mogelijk is. Dit noemen we dan linkerspoor rijden.
Wanneer je hier links rijdt kom je op de vrije baan echter geen p seinen tegen. Je vertrekt vanaf een hoofdsein op station A en komt bij station B weer voor een hoofdsein.Het enige wat je tussendoor tegenkomt is een voorsein dat aangeeft of het hoofdsein waar je op af rijdt veilig of onveilig staat.
Bij 2 zijn beide sporen ingericht voor beide richtingen en staan de P seinen dus aan beide kanten ( op sommige plekken dus met
de ruggen tegen elkaar. )
Verkeerd spoor rijden komt maar op 1 !! plek in NL voor en 3x raden waar dat is.... Juist in Roosendaal. Het baanvak richting Essen in België is op de Belgische manier beveiligd en daar wordt links gereden. Wanneer we vanuit RSD dus rechts richting België rijden noemen we dat 'verkeerd spoor'.
gr Rik