
De vier diodes in een vierkant zitten in één smd-brugcel. De linker weerstand kies ik ook wel kleiner dan 1kΩ b.v. 470Ω. Hij dient er voor om bij het laden van de condensator de stroom klein te houden. De weerstand van 10kΩ kan groter of kleiner gekozen worden afhankelijk van de efficiency van de led's en van hoeveel licht je in de wagons wilt hebben. Daarmee kun je spelen. Het kan ook een smd-exemplaar zijn, gezien de kleine stroom. Als aanvoerdraden kies ik dun lakdraad. Die zijn makkelijk op de smd-elementen te solderen.
De condensator mag ook wat groter zijn, b.v. 100μF, afhankelijk van hoeveel ruimte je hebt. Het kan goed een tantaalcondensator zijn, die zijn het kleinst, maar je kunt ook een elco gebruiken. Bij mij is ruim 47μF (16V) voldoende om stroomonderbrekingen (en dus geflikker) op te vangen. De stromen wil je ook zo klein mogelijk houden. De led in de schakeling is bij mij meestal een serietje van drie leds op een plakstrip die ik tegen het dak van de wagon plak.
De schakeling is veilig, de stroomopname is beperkt. Er kan beslist geen stroom van de condensator naar de baan vloeien, want dan zou de stroom tegen de (diode)pijlrichting in moeten lopen. De diode verhindert dat (sperrichting) van de diode.