In het grondstation zit een keerwiel bevestigd op een installatie, zodanig dat het wiel horizontaal 1 cm kan verschuiven, door een veer. Als de kabel onderweg meer lengte nodig heeft, wordt de veer ingedrukt en verschaft zo de noodzakelijke flexibiliteit. Elke gondel die aan de kabel wordt gehangen kost minstens 2mm extra kabel. Omdat ik het aantal gondels van 15 naar 9 verminderde, moest ik het grondstation een halve centimeter naar achteren opschuiven om de kabel altijd strak te houden.
De stellage waaraan dit wiel is opgehangen heb ik in eerdere acties (al in 2006 denk ik), bekleed met een laagje plastic, zodat de uitstekende delen van de gondels er niet aan vast kunne blijven haken. Ook aan de onderzijde is, met aluminium, een strakke bodem bevestigd, met hetzelfde doel.
Mijn hoop was dat de gedraaide gondel tijdens het draaien langs het wiel horizontaal zou blijven. Daar zit nog een probleem.
De kantelinstallatie, twee pinnen, met een onderlinge afstand van 17mm, is bevestigd aan een aluminiumstrip. Die pinnen bestaan uit m3-bouten (bevestigd met moeren) in een sleufje om flexibel de juiste hoogte te kunnen innemen. De laatste pin zit ook 17 mm voor de geleider van het grondstation, zodat de kabel daar nog vrij (genoeg) naar boven kan bewegen.

Bij deze foto van het grondstation zit de ombouw er nog deels omheen. Je ziet hier een paar krachtige magneten gelijmd tegen de binnenzijde van de muren, om hat dak vast te houden.



Foto’s van het grondstation
Het bovenstation
Het bovenstation bestaat uit een net zo groot keerwiel als op het grondstation, dat op een stellage is bevestigd en wordt aangedreven door een zeer lawaaierige motor, via allerlei tandwielen. In eerdere versies was ook hier de stellage door mij beschermd met papier/plastic, om de gondeltjes niet in het frame te laten verdwalen. Omdat ik het motortje nog altijd niet vervangen heb door een nieuw en geruislozer exemplaar, dat ook betrouwbaarder werkt en daarom al vaak werd weggehaald, ligt alles nu open. Bij het verlaten van deze installatie, op 17mm afstand, zitten ook hier twee pinnen op een onderlinge afstand van 16mm (m3, met moeren vast in een aluminiumframe, dat bevestigd is op een m6-schroefdraad die in de zijwand van de module vast is verankerd, maar met twee moeren wat in hoogte kan worden versteld.

Op deze foto van het bovenstation zie je tegen de zwarte wand aan een stukje plastic, dat ik heb bevestigd om eventueel scheef hangende gondels weer recht te krijgen, zodat het keren ervan op de juiste wijze begint.



Foto’s van het bovenstation. Bij de laatste foto zie je een grote zwarte schroef waarop een heel sterke magneet is gelijmd, die het dak vasthoudt.
Dit betekent dat de beide keerinstallaties op het achterste deel van de module zitten en dat er daarom maar 45 centimeter van de kabelbaan geheel vrij zichtbaar is. Tussen de gondels zit ongeveer 17 centimeter. Je ziet er dus nooit meer dan 4 tegelijk op weg naar beneden (vol) of op weg naar boven (leeg).
Het belangrijkste is nu dat de gondels betrekkelijk stabiel recht blijven hangen, zeker als ze vol zijn. Anders is het niet realistisch.
De afgelopen weken ben ik druk geweest om alles weer gangbaar te krijgen. Wat ik daarvoor heb gedaan komt in de volgende bijdrage.